plaatsen
Appearance
Dutch
[edit]Pronunciation
[edit]Etymology 1
[edit]Verb
[edit]plaatsen
- (transitive) to place
- (reflexive) to qualify (become eligible for some position, usually in sports)
Conjugation
[edit]Conjugation of plaatsen (weak) | ||||
---|---|---|---|---|
infinitive | plaatsen | |||
past singular | plaatste | |||
past participle | geplaatst | |||
infinitive | plaatsen | |||
gerund | plaatsen n | |||
present tense | past tense | |||
1st person singular | plaats | plaatste | ||
2nd person sing. (jij) | plaatst, plaats2 | plaatste | ||
2nd person sing. (u) | plaatst | plaatste | ||
2nd person sing. (gij) | plaatst | plaatste | ||
3rd person singular | plaatst | plaatste | ||
plural | plaatsen | plaatsten | ||
subjunctive sing.1 | plaatse | plaatste | ||
subjunctive plur.1 | plaatsen | plaatsten | ||
imperative sing. | plaats | |||
imperative plur.1 | plaatst | |||
participles | plaatsend | geplaatst | ||
1) Archaic. 2) In case of inversion. |
Derived terms
[edit]verbs
- aaneenplaatsen
- acheropplaatsen
- achterafplaatsen
- bijeenplaatsen
- bijplaatsen
- binnenplaatsen
- buitenplaatsen
- doorplaatsen
- herplaatsen
- inplaatsen
- losplaatsen
- misplaatsen
- neerplaatsen
- omplaatsen
- onderplaatsen
- ontplaatsen
- opeenplaatsen
- overplaatsen
- samenplaatsen
- terugplaatsen
- tussenplaatsen
- uiteenplaatsen
- uitplaatsen
- verplaatsen
- vooropplaatsen
- voorplaatsen
- wegplaatsen
Descendants
[edit]- Afrikaans: plaas
Etymology 2
[edit]See the etymology of the corresponding lemma form.
Noun
[edit]plaatsen
Categories:
- Dutch terms with IPA pronunciation
- Dutch terms with audio pronunciation
- Rhymes:Dutch/aːtsən
- Rhymes:Dutch/aːtsən/2 syllables
- Dutch terms suffixed with -en (denominative)
- Dutch lemmas
- Dutch verbs
- Dutch transitive verbs
- Dutch reflexive verbs
- Dutch weak verbs
- Dutch basic verbs
- Dutch non-lemma forms
- Dutch noun forms