Jump to content

hetzelfde

From Wiktionary, the free dictionary

Dutch

[edit]

Etymology

[edit]

Univerbation of het +‎ zelfde.

Pronunciation

[edit]
  • IPA(key): /ɦɛt.ˈzɛlf.də/, /(ɦ)ət.ˈzɛlf.də/
  • Audio:(file)
  • Rhymes: -ɛlfdə

Determiner

[edit]

hetzelfde n

  1. neuter singular of dezelfde (the same)

Pronoun

[edit]

hetzelfde n

  1. neuter singular of dezelfde (the same [one])

Derived terms

[edit]
[edit]
demonstrative
indefinite

Adverb

[edit]

hetzelfde

  1. the same
    Deze twee koekjes smaken precies hetzelfde.
    These two biscuits taste exactly the same.