herfstmaand
Jump to navigation
Jump to search
Dutch
[edit]Etymology
[edit]From herfst (“autumn”) + maand (“month”).
Pronunciation
[edit]Noun
[edit]herfstmaand f (plural herfstmaanden, diminutive herfstmaandje n)
From herfst (“autumn”) + maand (“month”).
herfstmaand f (plural herfstmaanden, diminutive herfstmaandje n)