bouwdoos
Appearance
Dutch
[edit]Etymology
[edit]Compound of bouwen (“to build”) + doos (“box”).
Pronunciation
[edit]Noun
[edit]bouwdoos f (plural bouwdozen, diminutive bouwdoosje n)
Compound of bouwen (“to build”) + doos (“box”).
bouwdoos f (plural bouwdozen, diminutive bouwdoosje n)